Het korte antwoord in twee stappen. Geef je les binnen een erkende school of opleiding, dan is die les vrijgesteld, ongeacht de leeftijd van je leerlingen. Geef je je eigen lessen daarbuiten, dan telt de leeftijd: onder de 21 vrijgesteld, aan volwassenen 21%.
Maar als je muziekdocent bent, is lesgeven zelden het enige wat je doet. En dat is waar het ingewikkeld wordt: in één maand kom je vijf soorten werk tegen die niet allemaal hetzelfde tarief dragen, zonder dat er iets bijzonders aan de hand is. Alles op een rij:
Les binnen een erkende school of opleiding: vrijgesteld, ongeacht leeftijd
Je eigen les aan wie jonger is dan 21: vrijgesteld
Je eigen les aan volwassenen: 21%
Een optreden of opname: 9%
Componeren in opdracht: vrijgesteld
Die laatste verrast bijna iedereen, en hij staat verderop uitgelegd. Eerst de les.
Eerst de school, dan pas de leeftijd
Geef je les binnen het onderwijs van een bekostigde school of een conservatorium, dan is die les vrijgesteld— of je leerlingen nu twaalf of veertig zijn. Ook als jij als zelfstandige factureert: de vrijstelling zit op het onderwijs zelf, niet op wie het geeft.
Dat is de eerste vraag die je stelt, want zodra het antwoord ja is ben je klaar. Pas als je je eigen lessen geeft, buiten een school om, wordt de leeftijd de vraag.
Je eigen lessen: de leeftijd bij de start telt
De Belastingdienst noemt vijf vakken waarvoor de onderwijsvrijstelling onder de 21 geldt, en muziek is er daar één van. De peildatum is de leeftijd bij de start van de cursus. Wordt een leerling tijdens het jaar 21, dan loopt de vrijstelling door tot het einde van die cursus.
Zit er een mengeling in je groep, doordat een deel bij de start al 21 of ouder was? Dan is 21% over het geheel de veilige route. Die redenering staat helemaal uitgewerkt bij welk btw-tarief geldt voor dansles geven, en die geldt precies zo voor muziek.
Geef je beroepsgerichte lessen bij een andere aanbieder dan een school, dan loopt de vrijstelling via het CRKBO-register. Een hobby- of vrijetijdscursus is geen beroepsopleiding en valt daar sowieso buiten.
Het optreden: 9%, ook in de studio
Speel of zing je zelf voor publiek, dan val je onder het verlaagde tarief van 9%. Dat geldt niet alleen live: de Belastingdienst noemt optredens voor radio en televisie en een cd-opname letterlijk. Een studiosessie of een feature op andermans track is dus ook 9%.
Bron: Belastingdienst, btw-tarief optredens uitvoerende kunstenaars
Sta je voor een groep? Dan is er één vraag
Dirigeren, repetities leiden, begeleiden: dat lijkt op elkaar, maar het tarief verschilt. De vraag die het beslist is: is er een uitvoering waar het naartoe werkt?
- Je dirigeert een uitvoering: 9%. De repetities die voor díe uitvoering nodig zijn, vallen daar gewoon onder. Die horen bij het optreden.
- Je leidt repetities zonder concreet optreden: 21%. Het wekelijkse koor dat doorloopt, bijvoorbeeld. Er is geen uitvoering, dus geen optreden.
- Je begeleidt repetities aan de piano: 21%.De Belastingdienst noemt “pianobegeleiding bij balletrepetities” letterlijk bij de diensten die géén optreden zijn.
Componeren is vrijgesteld, en dat klinkt gek
Schrijf je nieuw werk in opdracht, dan is dat vrijgesteld van btw. Naast een optreden van 9% voelt dat onlogisch, maar de Belastingdienst schrijft het zonder voorwaarden: het maakt niet uit of je als kunstenaar bekend staat of een muziekopleiding hebt gevolgd.
Twee dingen die er níét onder vallen:
- Het stuk daarna zelf spelen. Dat is een optreden, en daarvoor geldt het verlaagde tarief van 9%. Schrijf je in opdracht en speel je het, dan zijn dat twee regels op je factuur met elk hun eigen tarief.
- Arrangeren of bewerken van bestaand werk. Daar zegt de bron niets over, dus dat is niet zeker vrijgesteld. Overleg dat met je boekhouder in plaats van het aan te nemen.
Bron: Belastingdienst, vrijstelling voor componisten, schrijvers, cartoonisten en journalisten
De keerzijde: vrijgesteld werkt twee kanten op
Reken je geen btw, dan mag je de btw op de kosten die bij dat werk horen ook niet terugvragen. Doe je daarnaast belast werk, dan mag je maar een deel van je inkoop-btw aftrekken, naar verhouding van je omzet.
En er is een tweede gevolg dat vaak over het hoofd wordt gezien: vrijgestelde omzet telt niet mee voor de grens van de kleineondernemersregeling. Geef je voor € 15.000 aan vrijgestelde les en heb je voor € 8.000 aan optredens, dan zit je op € 8.000 en niet op € 23.000. Wat dat betekent staat bij de kleineondernemersregeling.
Een maand uit de praktijk
Je geeft bij je thuis wekelijks pianoles aan zes kinderen en twee volwassenen, speelt een concert, en schrijft een stuk voor een koor dat je daarvoor betaalt. Dat is dus allemaal buiten een school om. Op je facturen staat dan:
- De les aan de kinderen: vrijgesteld.
- De les aan de volwassenen: 21%.
- Het concert: 9%.
- Het stuk voor het koor: vrijgesteld.
Vier regels, drie verschillende tarieven, en er is niets bijzonders aan de hand. Zet ze apart neer; ze op één regel gooien is de fout die het vaakst gemaakt wordt.
Gaf je die lessen niet thuis maar als docent op een muziekschool die onder het erkende onderwijs valt, dan zou die eerste regel er anders uitzien: dan is de les aan die twee volwassenen óók vrijgesteld. Dat is het verschil dat de eerste vraag maakt.
Hoe De Souffleur helpt
Bij elke factuur vraagt De Souffleur wat voor werk het was: een les, een optreden, componeren. Op basis daarvan zet 'ie het tarief erbij, met de bron van de Belastingdienst eronder. Aan het eind van het kwartaal telt de kwartaalhulp je omzet per tarief bij elkaar en rekent 'ie uit welk deel van je inkoop-btw je mag terugvragen.